Ontstaan
Onze geschiedenis begint met Lodewijk Vincent Donche
Pater Lodewijk Vincent Donche, een jezuïet, en douairière Regina della Faille de Leverghem, gravin Van de Werve de Vorselaar, raakten beiden sterk betrokken bij de noden van de armen en de behoefte aan onderwijs in de Kempen. In 1820 werd er een leerwerkschool opgericht onder leiding van vrouwelijke religieuzen, met de steun van pater Donche en de gravin. De school groeide gestaag en nieuwe scholen werden opgericht onder leiding van Donche. Na de onafhankelijkheid van België in 1830 werd de congregatie der Christelijke Scholen officieel erkend en Donche werd de eerste algemeen overste. De congregatie groeide en bereikte in 1959 een hoogtepunt met 148 kloosters en 1556 zusters, toegewijd aan het onderwijs.
Onze geschiedenis
DEEL 3/4
Einde van het tijdperk met de gravin als schoolhoofd
In aanvang was er enkel sprake van een vereniging van onderwijzeressen, loontrekkende leerkrachten zonder religieuze kleding en professie. In kleine huizen die door de gravin werden aangekocht, vonden de eerste scholen een onderkomen.
Door de gestage groei van het aantal meesteressen, breidde Donche een Stichting uit met nieuwe scholen: Lille in 1827, Kampenhout in 1829, Deurne in 1831 en Kontich in 1832.
Tot aan haar dood in 1827 bleef de gravin het officiële hoofd van de school. Dankzij haar steun kon de stichter Donche zich in stilte inzetten voor de voorbereiding van de kerkwettelijke oprichting van zijn congregatie der Christelijke Scholen.